Emoties en Betekenis

Emoties en Betekenis

Inhoudsopgave

1. Inleiding

Emoties vormen een belangrijk aspect van het menselijke mentale decor, omdat emoties het leven haar wezenlijke betekenis geeft en maakt dat het leven van het leven voor een mens als de moeite waard verschijnt. (Scarantino en de Sousa 2018). Emoties zijn derhalve een belangrijke factor in het bepalen van wat we als waardevol ervaren maar emoties zijn tegelijkertijd vaak ook de bron van verwarring, afleiding en het maken van verkeerde keuzes. Op welke manier zijn we in staat om het verschil tussen deze twee verschillende functies van emoties uit elkaar te houden?

1.1 De Grote Filosofen

De grote klassieke filosofen bogen zich reeds uitvoerig over vragen naar de essentie van emoties en de manier waarop deze zich aan de mensheid openbaart. Dat in tegenstelling tot een bepaalde mate van desinteresse voor het thema dat zich, mede onder invloed van het behaviorisme, in de loop van de 19e eeuw ontwikkelde. Dat draagt ertoe bij dat het onderwerpen emoties geanalyseerd kan worden vanuit zeer verschillende perspectieven en op de uiteenlopende manieren onder woorden is gebracht.

1.2 Historisch perspectief

Historisch gezien worden emoties vooral aangeduid in termen van ervaringen, evaluaties of motivaties. Deze verschillende conceptualisaties zijn slechts een paar voorbeelden die aantonen dat er in het onderzoek naar de essentie van emoties ook een taal-filosofische notie om de hoek komt kijken. Daarbij komt dat de term ‘emotie’ pas in de 17e en 18e eeuw vanuit het Frans in het Engelse taalgebied zijn intrede deed. Soms werd er ook naar het begrip emotie verwezen in termen van passie, sentiment, affectie, affect, verstoring, beweging, omwenteling of smaak (Scarantino en de Sousa 2018 p 3/36).

1.3 Subtiele verschillen

Een ander voorbeeld dat de belangrijke rol van taal illustreert, is voelbaar in het subtiele onderscheid tussen begrippen als ‘minachting’, ‘wrok’ en ‘haat’. Zo drukt minachting een hogere, wrok een lagere, en haat een gelijkwaardige positie in relatie tot de persoon waarop de emotie betrekking heeft (Solomon 1998).

1.4 Fenomenologische Aspecten

Evengoed blijft het onderzoek naar de aard en werking van emoties een uitdagende opdracht. Zo wordt in ‘Theories of Emotion’ (Johnson z.d.) het onderscheid gemaakt tussen evolutionaire, sociale en interne emoties. In deze theorie moeten evolutionaire emoties vanuit een historische perpectief beschouwd worden en vertonen ze gelijkenissen met andere primaire, instinctieve, dierlijke neigingen. In zijn theorie vereisen sociale emoties intersubjectiviteit. Het perspectief op de interne werking van emoties richt zich vooral op het fenomenologische aspect alsook de lichamelijke expressie van emoties.

1.5 Neurologisch Onderzoek

Modern neurologisch hersenonderzoek toont aan dat er verbanden bestaan tussen structurele en functionele patronen in het centrale zenuwstelsel in emotionele reacties. De vraag dient zich aan of dergelijke wetenschappelijke inzichten wel in staat zijn om een adequate theorie van emoties te geven. Ditzelfde wetenschappelijk onderzoek is er echter medeverantwoordelijk voor dat het onderzoek naar de aard en werking van emoties niet meer het exclusieve domein van de ‘Philosophy of Mind’ is, maar een factor waar de zichzelf respecterende filosoof niet zonder meer aan voorbij kan gaan. De combinatie van wetenschappelijk onderzoek en de filosofische traditie wordt om die reden ook wel ‘neurofilosofie’ genoemd. (Solomon 1998)

1.6 Onderzoek

In onderstaande tekst wordt verslag gedaan van de verschillende disciplines binnen het onderzoek naar de soort en aard van emoties, alsmede naar de verschillende opvattingen over de oorsprong, functionaliteit en werking van emoties.

2. Wat is een Emotie?

2. 1 Een eerste verkenning

In ‘Theories of Emotion’ (Johnson z.d.) worden  emoties voorgesteld als een bepaalde vorm van affect, stemming, temperament of sensatie, als zijnde één van de vier mogelijke staten van emotionaliteit die zich van elkaar onderscheiden in proces, tijdsduur of de context waarin een bepaalde stimulus – als veroorzaker van de emotie – zich voordoet. Sommige emoties zijn tijdelijk (zoals bijvoorbeeld boosheid), andere houden langer stand (bv. verdriet). Sommige emoties bedienen bypassen iedere vorm van cognitie – bijvoorbeeld een schrikreflex bij het plots opduiken van een voorwerp op de weg.  Andere emoties zijn juist het gevolg van cognitief reflectie zoals bijvoorbeeld het besef dat je bent bedrogen of een verkeerde keuze hebt gemaakt. Sommige emoties ervaar je heel bewust, bijvoorbeeld walging bij het zien van iets afstotelijks, en sommige emoties ervaar je onbewust, zoals het gevoel dat je jezelf niet goed genoeg vindt (Scarantino en de Sousa 2018 p. 2/36). 

2.2 Een proces

Een emotie kan worden gezien als een proces dat zich in twee delen voltrekt: de gewaarwording van een stimulus en de manifestatie van de lichamelijke reactie. Het eerste gedeelte van de emotie wordt in de regel gezien als dat deel van het proces waarin de stimulus wordt geëvalueerd, waaruit volgt dat de manier waarop het individu de stimulus inschat, bepalend is. Dit is een plausibele verklaring waarom eenzelfde stimulus tot totaal verschillende emoties kunnen leiden. Wie bijvoorbeeld ontslagen wordt en toch al ontevreden was over zijn of haar werk, zal een dergelijke tijding als bevrijdend ervaren. Aan de andere kant is het zeer waarschijnlijk dat een dergelijk bericht aan iemand die financieel afhankelijk is van zijn of haar werk juist een gevoel van angst en onzekerheid veroorzaakt. Dit evaluatieve aspect is tegelijk het cruciale verschil tussen een emotie en een reflex. Een reflex kan omschreven worden als een respons die zich buiten het domein van cognitie voltrekt. Het tweede gedeelte van het proces van een emotie is de lichamelijke expressie als respons op de stimulus (Johnson z.d.).

2.3 Opvattingen

Deze opvatting over emoties is enigszins in lijn met de klassieke opvatting van William James [1842 – 1910] met dien verstande dat William James ervan uitging dat een emotie ten eerste bestaat uit een bepaalde fysieke manifestatie die op haar beurt een bewogen of verstoorde perceptie ontlokt. William James was zelfs van mening dat je louter aan de hand van de miniemste verschillen in lichamelijke reacties – zoals bijvoorbeeld veranderingen in hartslag of verschillen in de manier waarop de huid zich gedraagt – een bepaalde emotie kan afleiden.

2.4. Onderscheid

Vanuit het perspectief van tijdsduur en stimulus kan er verder nog een onderscheid gemaakt worden tussen een emotie en een stemming. Een emotie is eerder een initiële reactie met een duidelijk te onderscheiden object waarop de emotie betrekking heeft – boosheid als gevolg van een ten onrechte opgelegde boete – daar waar een stemming veeleer een aanhoudend kwaliteit bezit en veel minder duidelijk aanwijsbaar beroep doet op een concrete aanleiding c.q. object. Denk bijvoorbeeld aan een onduidelijk en onbestemd gevoel van onbehagen.

2.5. Emotie Theoreticus

Een andere vraag waar menig emotie-theoreticus zich voor geplaatst ziet, betreft de vraag welk aspect van een emotie tot de essentie gerekend moet worden. Dit is geen eenvoudige opgave gezien de vele verschillende aspecten en eigenschappen die in relatie tot het begrip emotie de revue passeren. Moet de essentie van een emoties gezocht worden in het evaluatieve, psychologische, fenomenologische, gedragsmatige of mentale aspect (Scarantino en de Sousa 2018)?

3. Wat zijn de Functies van Emoties?

3.1 Het nut en doel

Over het nut en doel van emoties lopen de visies sterk uiteen dat valt voor een niet onaanzienlijk deel te wijten aan de verschillende opvattingen over de oorsprong en het ontstaan van emoties. In de inleiding is al ter sprake gekomen dat er over het ontstaan van emoties ruwweg drie hoofdopvattingen bestaan; evolutionair, sociaal en innerlijk. De eerste opvatting gaat uit van een evolutionair principe waarbij emoties het product zijn van natuurlijke selectie, ‘adaptations’ – ofwel aanpassingen aan een veranderende biotoop – of toeval. ‘Adaptations’ leiden in deze theorie tot karaktereigenschappen die een grotere ‘fitness’ oplevert, dat zich vertaalt ziet in een grotere kans op reproductief succes. Een voorbeeld hiervan is het ervaren van angst, wat een verhoogde staat van fysieke paraatheid veroorzaakt (Johnson z.d.).

3.2 Natuurlijke Selectie

Er zijn ook theorieën die beweren dat natuurlijke selectie tegelijkertijd ook onder invloed van een sociale context ontstaat en evolueert. Zo zou het probleem van ‘alleen zijn in de nacht’ de oorzaak zijn voor het ontwikkelen van de angst om aangevallen te worden door een roofdier. Op die manier kan seksuele ontrouw verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van het gevoel van jaloezie en ongelijkheid in wederkerigheid in relaties voor dankbaarheid, schuld en verplichting. (Johnson z.d.)

3. 3 Een andere benadering

Een andere benaderingswijze van het doel en nut van emoties gaat ervan uit dat emoties herleid kunnen worden tot vormen van de allereerste primitieve beoordelingsmechanismen als ‘judgements’ of ‘appraisals’. Beide benaderingswijzen behoren tot het gebied van de cognitieve emotie-theorieën die rond 1960 sterk in opkomst kwamen.

3.4 Belangrijk Onderscheid

In deze cognitieve theorieën werd een belangrijk onderscheid gemaakt tussen een emotie die constitutief is voor het oordeel (de emotie is het oordeel) en een emotie die causaal evaluatief is (de emotie is het gevolg van het oordeel). De cognitieve emotie-theorie – die vooral in de 20e in vele varianten steeds meer aan terrein won – vond haar oorsprong reeds in het werk van Brentano (1838 – 1917) en de daaropvolgende fenomenologische traditie, die het vraagstuk van intentionaliteit op de agenda zette en stelde dat emoties vanuit vooropgezette geïnternaliseerde standaarden ontstaan (Scarantino en de Sousa 2018).

3.5 Geïnternaliseerde Norm

Johnson onderbouwt deze veronderstelde geïnternaliseerde norm door aan te geven dat eenzelfde stimulus voor verschillende personen tot een compleet andere emotionele reactie kan leiden. Het is zelfs niet uitgesloten dat een gelijke stimulus tot verschillende reacties kan leiden bij één en dezelfde persoon. Voorts stelt deze auteur dat een emotie maar zelden te herleiden valt tot één specifieke stimulus en veeleer het resultaat is van soms op het eerste gezicht niet aan elkaar gerelateerde gebeurtenissen. Verdriet kan het gevolg zijn van het verlies van een dierbare, de geboorte van een kind of de fysieke aftakeling als gevolg van ouderdom (Johnson z.d.).

3.6 Appraisal 

De appraisal-theorie (waardering) markeert een belangrijke breuk met het behaviorisme en gaat uit van het intuïtieve waarderingsmechanisme van aantrekken en afstoten. Het was Magda Arnold (1903 – 2002) die stelde dat het behaviorisme voorbijgaat aan de wijze waarop de emotie intern wordt ontlokt. Ook hier vinden we de gedachte terug dat niet louter de externe stimulus oorzaak is van een bepaalde reactie, maar dat de van persoon tot persoon verschillende ‘appraisal’ de uiteindelijke factor is die bepaalt welke emotionele reactie zich manifesteert. Onder de ‘appraisal’-theorie wordt een subtiel evaluatiemechanisme verstaan dat in staat is om, zonder zich te verlaten op bewust gestuurde deliberaties, toch de betekenis van een stimulus juist in te schatten. In dat licht beschouwd, definieert Arnold drie fundamentele dimensies op basis waarvan emoties worden ingeschat en ontlokt; een stimulus is ‘goed of slecht’, ‘aanwezig of afwezig’ of ‘makkelijk te verkrijgen of makkelijk te vermijden’.

4 Over de Aard van Emoties

4.1 Een Belangrijk Aspect

Een belangrijk aspect in het definiëren van de aard of inhoud van emoties valt binnen het kader van de intentionaliteit Intentionaliteit is bepalend voor de inhoud of aard van de emotie en veronderstelt de werking van cognities en concepten ofwel inschattingen en overtuigingen die niet los gezien kunnen worden van objecten, personen, dingen en/of omstandigheden. Het begrip ‘agency’ ligt in dezelfde lijn als object-georiënteerdheid en stelt zich de vraag waar het eigenaarschap of de verantwoordelijkheid voor de emotie ligt: in het object of het subject? Soms kan er echter geen duidelijk eigenaarschap van een emotie aangewezen worden en moet de oorzaak gezocht worden in een toevallige samenloop van omstandigheden.

4.2 Concrete Omstandigheid

Tegelijkertijd is de aanwezigheid van concreet object of omstandigheid ook geen absolute voorwaarde voor het cognitief tot stand komen van een emotie. Een mens kan louter op basis van zijn of haar voorstellingsvermogen associaties of herinneringen voor de geest halen die aanleiding geven tot een bepaalde emotie (weemoed, spijt of vreugde). Het object van angst kan volledig imaginair zijn en puur vanuit een mentale activiteit ontstaan. Zo kan liefde nog zeer levendig ervaren worden, ook als het object van die liefde niet concreet aanwezig is. Een herinnering kan voldoende zijn om liefde te ervaren (Solomon 1998).

4.3 Verdieping

In het artikel ‘Emotion’ (Scarantino en de Sousa 2018) worden een aantal verdiepingen gemaakt in de notie van het object van de emotie. Ze maken een onderscheid tussen een zogenaamd ‘particulier object’ en een ‘formeel object’, waarbij de auteur ervan uitgaat dat er objecten bestaan die universeel angstig zijn en objecten die slechts voor het individu angstig zijn. Soms is het object van de emotie wel gekend en aanwezig maar is de emotie niet gemakkelijk te duiden op welk aspect van het formele object ze betrekking heeft. Tegelijkertijd is het niet eenvoudig het formele object van een emotie te bepalen omdat het toewijzen van een dergelijke formaliteit opgevat kan worden als het claimen van een gelijkblijvende en universele eigenschap. Dat zou betekenen dat dat aspect van die emotie voor ieder particulier subject dezelfde emotionele reactie teweeg zou moeten brengen.

4.4 Wisselende Factoren

Dat emoties niet constant zijn en continu onderhevig aan steeds wisselende factoren, lijkt evident. Zo wordt er bijvoorbeeld in de appraisal-theorie van uitgegaan dat een emotionele reactie als gevolg van een ‘appraisal’ opnieuw kan leiden tot een ‘re-appraisal’ wat er op wijst dat de meeste emoties maar zeer zelden te herleiden vallen tot enkelvoudige en op zichzelf staande gebeurtenissen maar veelal het product zijn van meervoudige en complexe factoren (Scarantino en de Sousa 2018 p. 6/36).

5. Conclusie

5.1 Conclusie

We hebben een aantal aspecten onder de loep genomen met betrekking tot het thema emoties en zagen dat er een aantal zeer uiteenlopende theorieën over de aard, functie en oorsprong van emoties bestaan die elkaar echter niet noodzakelijkerwijs uitsluiten. In tegendeel: sommige theorieën vullen elkaar op een aantal punten zelfs goed aan (Johnson z.d.). Emoties zoals angst, verdriet en schaamte manifesteren zich in verschillende vormen, waarbij zowel het expressieve als het behavioral, als het psychologische of het fenomenologische aspect een rol speelt. Het is derhalve evident te veronderstellen dat het laatste woord over emoties nog niet is gezegd. Emoties zijn geen ééndimensionale entiteiten en de verschillende theorieën over emoties blijven volop in ontwikkeling (Scarantino en de Sousa 2018 p 24/36). Wel kunnen we met enige zekerheid concluderen (Johnson z.d.) dat cognitieve en niet-cognitieve theorieën elkaar definitief tegenspreken. Het lijkt één van de weinige zekere resultaten van het onderzoek naar de essentie van emoties. Er blijven echter nog zeer veel vragen onbeantwoord. Het zoeken naar antwoorden op die vragen zal – gelet op de grote verscheidenheid aan theorieën die er sinds de rationele benadering van Socrates zijn ontstaan – de mensheid nog wel enige tijd aan de onderzoekstafel houden (Solomon 1998).   
    



Bibliografie

Johnson, Gregory. z.d. “Theories of Emotion”. Geraadpleegd 31 oktober 2018. https://www.iep.utm.edu/emotion/.

Scarantino, Andrea, en Ronald de Sousa. 2018. “Emotion”. Onder redactie van Edward N. Zalta. The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2018 Edition). https://plato.stanford.edu/archives/win2018/entries/emotion/.

Solomon, Robert C. 1998. “Emotions, nature of”. The nature of emotion:feelings, physiology and behaviour. https://doi.org/10.4324/9780415249126-V012-1.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *