Het Geluk is met de Dommen

Arthur Schopenhauer

Inhoudsopgave

En het inspirerende pessimisme van Schopenhauer


Inleiding

View Post

Met een beetje geluk is het leven voor een doorsnee kind één groot spel. De wereld is zijn speelveld en de ouders zijn haar coach. Als coach wil je maar één ding; dat je kind het spel van het leven wint. Om een spel te kunnen winnen – ieder spel – dien je allereerst kennis te verwerven omtrent de spelregels. ‘Met twee woorden spreken’, ‘lief zijn tegen andere kinderen’, ‘alles zullen we eerlijk delen’ zijn een paar voorbeelden van zeer elementaire spelregels die iedere kleuter tegen het einde van haar derde levensjaar onder de knie moet hebben. Ieder spel kent winnaars en winnaars krijgen prijzen. Volgens Schopenhauer is de hoofdprijs van het spel van het leven ‘lijden’ zonder enige hoop dat dat ooit beter wordt. Optimisme is voor mensen die tegen beter weten in geloven dat dat niet zo is. Optimisme is in de ogen van Schopenhauer een moreel verwerpelijke vorm van onwetendheid, welke hij met plausibele argumenten de kop weet in te drukken. Kennis als weg naar geluk?

Kennis

Kennis als voorwaarde voor een succesvol leven is een mantra die zo met alles in het leven verweven is, dat je je het haast niet meer iets anders kan voorstellen. Opleiding volgt op opvoeding en als je alle diploma’s aan de muur hebt hangen, wordt het ‘leven lang leren’ je in de oren gepeperd. Maar klopt dat ook? Is kennis een voorwaarde voor geluk? Het is evident dat wie meer kennis bezit meer mogelijkheden heeft om zich in de maatschappij te doen gelden. Het is echter een illusie om te denken dat ‘de baten’ van meer kennis geen ‘kosten’ met zich mee zou brengen.

Hoe meer je weet, hoe meer je weet wat er mis is.

“….Waar vervolgens met de toename van kennis ook het vermogen om te lijden toeneemt, een vermogen dat bij de mens zijn hoogste peil heeft bereikt, en dat des te hoger naarmate hij intelligenter is…”

Schopenhauer, Arthur. “Over de nietigheid en het lijden van het leven. “In De Wereld als Wil en Voorstelling“, onder redactie van Maarten Doorman, 724-729. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1997.

Het Geweten

Uit het bovenstaande volgt dat ‘weten wat er mis is’ geen gemakkelijke last is voor het geweten dat als een onweerlegbaar kompas de mens vertelt waar de aandacht naar toe ‘zou’ moeten gaan. Het geweten vertelt ons feilloos dat we iemand in nood ‘zouden’ moeten willen helpen. Het geweten blijft aan je knagen als je ‘het juiste’ hebt nagelaten, zeker als het ten koste van een ander ging. Het geweten is een als een exclusieve oldtimer; het verdient ampel onderhoud, aandacht en inspanning om het beestje zonder al te veel kuren op de rit te houden. Wie weet wat er mis is, belast zijn geweten. Wie weet wat er mis is en er van overtuigd is dat hij of zij er niets aan kan (of wil) doen, faalt twee keer. Nog meer ‘mis’ dus: 

Hoe meer je weet wat er mis is, hoe meer je lijdt.

Wie niet weet wat er mis is, lijdt minder. En zo is het aannemelijk dat het geluk inderdaad met de dommen is en dat het vergroten van je kennis misschien helemaal niet zo’n goed idee is. Niet gehinderd door enige kennis kan een mens met een onbevlekt geweten zich aan de geneugten van het leven tegoed doen. Voor de utilitarist is op die manier aan één van de twee belangrijkste voorwaarden van geluk voldaan. Wie niet teveel weet, kan zich niet bekommeren om wat er mis is, of zich voor het oplossen van wat er mis is verantwoordelijk voelen. Als geluk een relatie heeft met het begrip vrijheid dan is het niet bewust zijn dat wat er mis gelijk aan de vrijheid van een slapend geweten. Het geluk is met de dommen. Wat Voltaire in dit licht al eens uit zijn pen liet vruchten was: 

“En het volk dat niet nadenkt, lijkt precies op vissen die je uit de rivier hebt gehaald en in een bassin hebt gegooid; die weten niet dat ze daarin zijn gegooid om met vasten opgegeten te worden…”

Voltaire. “Goed (Alles is goed).” In Filosofisch woordenboek of De rede op alfabet, onder redactie van J.M. Vermeer-Pardoen, 288-295. Amsterdam: Van Gennep, 2004.

Absolute Begrippen

Geluk en lijden zijn echter geen absolute begrippen. Zo kan je spreken van het geluk dat je kunt vinden in het moment of het geluk dat je misschien zult beleven in de toekomst door het geluk van het moment uit te stellen. Hoe het ook zei; beide vormen van geluk gaan gepaard met een notie van lijden. Wie zijn geluk in het moment bevredigt ten koste van het geluk in de toekomst, loopt het gevaar in de toekomst te zullen lijden. Wie echter het geluk van het moment weet uit te stellen voor een mogelijk geluk in de toekomst lijdt twee keer. Allereerst door het afzien van het geluk in het moment en ten tweede door te lijden onder de onzekerheid dat het lijden van het moment in de toekomst tevergeefs zal blijken te zijn geweest. Wie zich echter niet met dergelijke vragen inlaat, zal hoogst waarschijnlijk ‘het geluk van het moment’ niet weten te weerstaan, zonder zich al te veel zorgen te maken over de mogelijke gevolgen voor het geluk in de toekomst. Wie slim is zal zal zich extra moeten inspanning om te vergeten wat de dommen nooit heeft willen weten.

Conclusie

Wie ‘slim’ is, lijdt op die manier dus zelfs voor een derde keer. Wie ‘echt slim’ is, houdt zich beter van de dommen en krijgt zelfs nog een leuk stuk optimisme op de koop toe. Dikke pech, Herr Schopenhauer?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *